Wat is Kyudo

Kyudo (‘de weg van de boog’) is traditioneel Japans boogschieten. Deze kunst onderscheidt zich op verschillende manieren van westers boogschieten, om te beginnen in de vorm en techniek. De Japanse boog is lang en asymmetrisch. Hierdoor moet de boog ver open worden getrokken. Dit maakt het mogelijk dat het lichaam bij het trekken in balans blijft en resulteert in een esthetisch bevredigende vorm, met de schutter in het centrum van de boog.

Het schieten heeft bovendien een ceremoniële vorm. De bewegingen voor en na het schieten (het betreden van de dojo, het oplopen naar de schietlijn, het weglopen na het schieten) zijn daarmee niet minder belangrijk dan het schieten zelf. Er ligt grote nadruk op het belang om alle bewegingen, inclusief de bewegingen van het schieten (verdeeld in acht fasen, de hassetsu), met aandacht uit te voeren. Kyudo heeft daarmee een meditatief karakter, en het verband met zen is vaak gelegd.

Kyudo is een budo, ‘martial art’. In beide Japanse woorden herkennen we het element do, wat ‘weg’ betekent. Dit geeft al aan dat deze discipline niet louter gericht is op technische ontwikkeling, maar ook een ethische en spirituele dimensie kent. Dit aspect is belichaamd in het concept rei, ‘correct gedrag’, ‘etiquette’, wat tot uiting komt in onder andere respect voor de omgeving, de medeleerling, de leraar, de dojo, en voor de praktijk van het schieten zelf. In de filosofie van het kyudo is de ontwikkeling van de juiste innerlijke intentie voorwaarde voor het correcte schieten.

De spirituele dimensie van kyudo heeft zijn oorsprong in de bijzondere relatie met de boog die in Japan al in oude tijden bestond. Het respect voor de boog als meer dan een werktuig om mee te jagen of oorlog mee te voeren blijkt al uit het feit dat de bijzondere, ‘onpraktische’ vorm van de boog zo lang is behouden. Dit hangt samen met de esthetische waarden die aan de boog werden gehecht, evenals de rituele betekenis ervan. Dit is gerelateerd aan de wereldvisie van het Shintoïsme, waarin alles wordt gezien als bezield met leven – ook zaken die wij slechts als gebruiksvoorwerpen zouden beschouwen.

De ethische dimensie van de boog is verder uitgediept met de introductie van het Confucianisme uit China in de Japanse hofcultuur. De nadruk op deugdzaamheid en ritueel handelen vertaalde zich goed in de praktijk van het ceremoniële schieten. Aan de andere kant heeft ook de harde praktijk van de oorlogvoering haar sporen nagelaten via de Code van de Krijger (bushido), die op zijn beurt weer vorm kreeg onder invloed van het (zen)boeddhisme. Hierbij denken we aan de nadruk op het ontwikkelen van mentale onverstoorbaarheid, evenals de waarde van loyaliteit (aan een landheer of aan de grootmeester van een school). Toen de invoer van westers wapentuig in Japan de boog voor de oorlogvoering overbodig maakte, kregen deze spirituele en ethische dimensies nog meer de overhand.

Het moderne kyudo kenmerkt zich door een bepaalde democratisering, in die zin dat de kunstvorm niet meer gereserveerd is voor een bepaalde klasse in de Japanse samenleving maar toegankelijk is voor iedereen over de hele wereld die haar wil beoefenen. Ook is er een gestandaardiseerde stijl, ontwikkeld door de Zen Nihon Kyudo Renmei (de Japanse bond). De ware betekenis van kyudo is echter nog steeds gelegen in de spirituele en ethische dimensie. Het hoogste doel in kyudo is de realisatie van drie kernwaarden: shin (de waarheid van het schieten), zen (goedheid), en bi (schoonheid). Wanneer de schutter zich richt op persoonlijke ontwikkeling boven persoonlijk succes kan hij echt in harmonie zijn met de mensen om hem heen, in een geest zonder conflict (fuso).






.